U bevindt zich op: Home › Reisdocumenten › Informatiebank › Vraag en antwoord
De NIK is, naast het paspoort en het rijbewijs, een van de documenten waarmee een burger kan voldoen aan de verplichting om zich desgevraagd te identificeren als bedoeld in de Wet op de uitgebreide identificatieplicht van 24 juni 2004 (Stb. 2004, 300). In tegenstelling tot een paspoort waarmee mondiaal kan worden gereisd of een rijbewijs dat vereist is om motorrijtuig te mogen besturen, is bij een Nederlandse identiteitskaart in mindere mate een individueel belang gemoeid. Voor velen is het voldoen aan de identificatieplicht de enige reden om een NIK aan te schaffen. Daarom kan niet worden gezegd dat het aanvragen van een NIK in overheersende mate verband houdt met een individueel belang van de burger. Het in behandeling nemen van een zodanige aanvraag is volgens de Hoge Raad dan ook geen dienst in de zin van artikel 229, derde lid, onder b, van de Gemeentewet, zodat heffing van leges uit hoofde van die bepaling niet mogelijk is.
Naar bovenDe beslissing van de Hoge Raad heeft tot gevolg dat gemeenten met ingang van vrijdag 9 september 2011 geen leges mogen heffen voor het verstrekken van een identiteitskaart op grond van artikel 229 van de Gemeentewet, indien de aanvraag wordt gedaan door een persoon op wie de Wet op de uitgebreide identificatieplicht van toepassing is. Die wet is van toepassing op een ieder die zich in Nederland bevindt en 14 jaar en ouder is.
Naar bovenGelet op de inhoud van de uitspraak van de Hoge Raad, heeft de gevolgde redenering geen betrekking op jongeren beneden de 13 jaar en zes maanden, voor hen geldt geen identificatieplicht. Of desondanks wordt afgezien van het vragen van leges voor deze groep is primair ter beoordeling aan gemeenten.
Naar bovenDe uitspraak van de Hoge Raad geldt ook voor personen die niet als ingezetene in de GBA zijn ingeschreven en bij een van de vijf daartoe aangewezen gemeenten een aanvraag voor een NIK indienen. Hoewel zij in het buitenland kunnen wonen, verblijven zij immers op het moment van de aanvraag in Nederland en is op hen derhalve de Wet op de uitgebreide identificatieplicht van toepassing. Voor een aanvraag van een NIK door een niet-ingezetene bij een zogenaamde grensgemeente kunnen dus ook geen leges in rekening worden gebracht.
Naar bovenBurgers kunnen conform de Algemene wet bestuursrecht tegen het besluit om leges te heffen voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een NIK binnen zes weken bezwaar aantekenen. Het desbetreffende besluit moet genomen zijn in de periode van zes weken vóór de uitspraak van de Hoge Raad. Een dergelijk bezwaar dient in lijn met de uitspraak van de Hoge Raad te worden afgehandeld. Indien naar aanleiding van de eerdere uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch door de burger bezwaar tegen de heffing van leges is aangetekend en met instemming van de burger de behandeling van het bezwaar is aangehouden, dienen ook deze bezwaren met inachtneming van de uitspraak van de Hoge Raad te worden afgehandeld.
Naar bovenNee. De uitspraak van de Hoge Raad heeft uitsluitend betrekking op de heffing van leges voor een dienst die door de gemeente wordt verricht. Het aanleveren van een pasfoto door de aanvrager valt daar niet onder.
Naar bovenNee, Dit behoort niet tot de taak van de gemeente. Bovendien is het niet verstandig, omdat daarmee een toename van de kosten in verband met werkzaamheden van de gemeente wordt veroorzaakt, waarvoor geen financiële dekking bestaat.
Naar bovenJa, burgers kunnen op elk moment een aanvraag indienen voor een NIK. De aanvraag dient gewoon in ontvangst te worden genomen. U dient echter wel, conform de Instructie van 14 september 2011 in verband met de toeloop op de Nederlandse identiteitskaart die u heeft ontvangen, deze aanvragen aan te houden.
Naar bovenJa, burgers kunnen ook een NIK aanvragen als zij reeds een ander identificatiebewijs als bedoeld in de Wet op de identificatieplicht in bezit hebben. Echter ook hier geldt de Instructie van 14 september 2011 in verband met de toeloop op de Nederlandse identiteitskaart. Als de aanvrager nog beschikt over een NIK of een paspoort dat nog 2 maanden geldig is, dient de aanvraag te worden aangehouden.
Naar bovenEr is geen wettelijke verplichting voor gemeenten om burgers aan te schrijven dat zij alsnog bezwaar kunnen maken tegen de heffing van leges die zijn geheven voor het aanvragen voor een NIK tot zes weken voor de datum van de uitspraak van de Hoge Raad van 9 september 2011.
Naar bovenEr is geen wettelijke verplichting om eerder geheven leges ambtshalve terug te geven. Indien gemeenten daartoe toch besluiten, zijn de daaraan verbonden kosten voor eigen rekening.
Naar bovenDe grondslag voor het afdragen van kosten aan het Rijk door de gemeenten vanwege de geleverde identiteitskaarten, zoals neergelegd in het Besluit paspoortgelden wordt als zodanig niet geraakt door de uitspraak van de Hoge Raad. Over de financiële consequenties wordt op korte termijn overleg gevoerd tussen Rijk en gemeenten.
Naar bovenGelet op de Instructie van 14 september 2011 in verband met de toeloop op de Nederlandse identiteitskaart, zijn spoedaanvragen voor NIK’s tot nader order niet mogelijk. Heffing van spoedleges is derhalve niet aan de orde. Wat betreft de heffing van vermissingleges kan de huidige praktijk worden voortgezet.
Naar bovenNee. De uitspraak van de Hoge Raad heeft alleen betrekking op de mogelijkheid voor gemeenten om leges te heffen op grond van de Gemeentewet. De grondslag voor de legesheffing door de ambassades en consulaten in het buitenland is geregeld op basis van de Paspoortwet in artikel 12 van het Besluit paspoortgelden.
Naar boven