U bevindt zich op: Home › Reisdocumenten › Informatiebank › Vraag en antwoord
De gemeente is zelf verantwoordelijk dat haar eigen calamiteitenplan voorziet in de benodigde maatregelen om het aanvraag-, verstrekkings- en uitreikingsproces van reisdocumenten aan haar burgers voort te zetten. Om de gemeente op korte termijn van een vervangende RAAS-configuratie te voorzien heeft het agentschap BPR de volgende procedure afgesproken met Morpho (voorheen Sagem Identification):
Ja. In artikel 34, wet GBA, is bepaald dat gegevens, die noodzakelijk zijn in verband met de uitvoering van de Paspoortwet, worden opgenomen. In de bijlage bij artikel 59, tweede lid, van het Besluit GBA is aangegeven om welke gegevens het gaat. De signalering met betrekking tot verstrekking of inhouding Nederlands reisdocument maakt daar onderdeel van uit.
Naar bovenHet doel van de verschijningsplicht van de aanvrager is het vaststellen van de identiteit van degene op wiens naam een reisdocument wordt uitgeschreven of van het kind dat wordt bijgeschreven.
Voor de aanvrager (minderjarig of niet) bestaat een verschijningsplicht. Hiervan mag de gemeente alleen afwijken als de aanvrager aangeeft dat dit om zwaarwegende redenen niet gevraagd kan worden en de gemeente op een andere wijze voldoende zekerheid kan krijgen over de identiteit, de nationaliteit en (bij een vreemdeling) de verblijfstitel van de aanvrager. Het gaat dus om uitzonderingsgevallen. Als de gezaghouder niet persoonlijk kan verschijnen is het ook mogelijk de schriftelijke toestemming, voorzien van zijn/haar handtekening, bij de aanvraag over te leggen. Om de handtekening te verifiëren moet dan tevens dit reisdocument te worden overgelegd.
Een verschijningsplicht is er voor de gezaghouder(s) dus niet. Wanneer onzekerheid bestaat over de identiteit van de gezaghouder, het bij te schrijven kind of over het gezag als zodanig, is de gemeente verplicht een onderzoek in te stellen. In het kader van dat onderzoek kan het nodig zijn dat de gezaghouder of het bij te schrijven kind in persoon verschijnt. Als de betrokkene dan niet aan de balie komt, waardoor de identiteit of het gezag niet met zekerheid kan worden vastgesteld, kan dit een reden zijn om de aanvraag niet verder in behandeling te nemen.
Naar bovenJa. Als het mogelijk is roept de gemeente de ouder op om de identiteitskaart terug te geven aan de rechtmatige houder. Geeft de ouder hieraan geen gehoor, dan kan de ouder, die wel het gezag heeft over het kind of het kind zelf aangifte van vermissing van het reisdocument doen bij de politie, zie artikel 31 van de Paspoortwet. De politie maakt een proces-verbaal van vermissing op en kan naar aanleiding van de aangifte proberen om de kaart bij de ouder in te vorderen. Lukt dit niet, dan kan onder overlegging van het proces-verbaal van vermissing van het reisdocument een nieuwe identiteitskaart worden verstrekt.
Naar bovenArtikel 75 PUN beschrijft de registratie van ontvangen kennisgevingen en deelt mee dat de burgemeester zorg draagt dat de feiten worden geregistreerd in de basisadministratie, waarin de betrokkene als ingezetene is ingeschreven. Deze kennisgeving bevat geen vermelding van de lengte van de houder. Element Lengte houder kan dan ook niet worden gevuld met de werkelijke waarde. Conform het Gegevenswoordenboek wordt in dit geval de standaardwaarde '000' opgenomen.
Naar boven