U bevindt zich op: Home › Reisdocumenten › Informatiebank › Juridisch
De Regeling inzake collectieve lijsten voor reizen in de Benelux is ingetrokken bij gelegenheid van de inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet 1965, door het toenmalige artikel 53 van het Voorschrift Vreemdelingen (per 1 januari 1967).
Het gaat om het Besluit van de Minister van Justitie van 22 juni 1961, waarbij een regeling werd getroffen voor het gebruik van collectieve lijsten waarmee jeugdige personen die een schoolreis of een andere groepsreis willen maken, zich binnen het Beneluxgebied konden verplaatsen. De lijst diende te worden opgesteld door de directeur van de organiserende onderwijsinstelling, dan wel de leider van de jeugdgroep en vervolgens te worden afgestempeld door de plaatselijke politie. De deelnemers aan de desbetreffende reis hoefden dan niet in het bezit te zijn van een persoonlijk identiteitsbewijs, ongeacht hun nationaliteit.
Naast de regeling inzake het gebruik van collectieve lijsten, heeft overigens ook gedurende enige tijd een regeling gegolden met betrekking tot de afgifte van collectieve paspoorten, te weten het destijds door de Minister van Buitenlandse Zaken uitgevaardigde Voorschrift Collectieve Paspoorten 1958. Deze regeling is ingetrokken met de inwerkingtreding van de Paspoortwet op 1 januari 1992. De reden daarvoor was dat in de praktijk in het geheel geen gebruik meer werd gemaakt van de mogelijkheid om collectieve paspoorten aan te vragen. Daarom is besloten de verstrekking van collectieve paspoorten niet te continueren onder de werking van de Paspoortwet.
Het voorgaande betekent dat er geen collectieve reisdocumenten op grond van Nederlandse regelgeving worden afgegeven. Dit laat overigens onverlet dat er nog wel door de IND collectieve lijsten kunnen worden verstrekt ten behoeve van rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdelingen die geen onderdaan zijn van de Europese Unie, waarmee deze personen visumvrij binnen de EU kunnen reizen. Deze collectieve lijst wordt afgegeven op basis van het Besluit 94/795/JBZ van de Raad van 30 november 1994.