U bevindt zich op: Home › GBA › Informatiebank › Vraag en antwoord
Betrokkene wordt ingeschreven op het woonadres; op het adres dat bij de caravan hoort. In artikel 1a van de Wet GBA is de definitie van het woonadres opgenomen. Wanneer dit woonadres een voertuig of vaartuig betreft, dan moet er sprake zijn van een vaste stand- of ligplaats. Onder 'vast' wordt verstaan een stand- of ligplaats die gedurende de termijnen die de Wet GBA stelt voor inschrijving, niet verandert.
Naar bovenNee, het is het niet toegestaan iemand te registreren op een postbus, ook niet als briefadres. Een postbus is geen woonadres en kan ook niet als briefadres gebruikt worden.
Naar bovenWanneer een persoonslijst binnenkomt waarin een postbus als adres is opgenomen, zet de vestigingsgemeente dit (historisch geworden) adres in onderzoek. De gemeente die ten onrechte in de groep Adres een postbus heeft opgenomen, moet gevraagd worden aan te geven op welk adres betrokkene daadwerkelijk heeft gewoond of wat het juiste briefadres is geweest. Nadat het onderzoek is afgerond en de gegevens bekend zijn, wordt de historische categorie Verblijfplaats gecorrigeerd.
Naar bovenJa, dat mag. Op grond van artikel 73 wet GBA rust de verplichting tot het doen van aangifte op ouders, voogden en verzorgers. Daarbij wordt geen uitzondering gemaakt voor een ouder die niet belast is met het gezag over de minderjarige. Wanneer getwijfeld wordt aan de juistheid van de aangifte van de betreffende ouder moet een onderzoek worden gestart, bijvoorbeeld door contact op te nemen met de ouder die wel met het gezag is belast. Bij afwijzing van de aangifte (geheel of gedeeltelijk) moet de procedure conform artikel 83 e.v. Wet GBA worden uitgevoerd.
Naar bovenIn dit geval moet de code G te worden opgenomen. De G staat voor gezaghouder waarmee bedoeld wordt de ouder, voogd of curator van betrokkene.
Naar bovenJa. Door de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken zijn enkele
categorieën van instellingen aangewezen in de artikelen 32 tot en met 34 van
de Regeling GBA. Het gemeentebestuur is bevoegd om, in aanvulling daarop, een
of meer in de gemeente gevestigde instelling aan te wijzen op het terrein van
maatschappelijke opvang. Daarbij is onder meer te denken aan
blijf-van-mijn-lijf huizen. Personen die op het adres van die
instellingen hun woonadres hebben (dus ook het eventueel intern wonend
personeel) zijn bevoegd om in plaats van dat woonadres een briefadres te
kiezen en daarvan aangifte te (laten) doen.
Artikel 1 Wet GBA bepaalt dat onder woonadres wordt verstaan: het adres
waar de betrokkene woont. Voor het vaststellen waar iemand woont is
'slaapplaats' niet het enige criterium. Het gaat om een aantal criteria
(nachtrust, maaltijden, ontvangen van post, ontvangen van bezoek, enz.). Pas
als iemand over meerdere adressen dan wel niet over een woonadres beschikt,
is het aantal overnachtingen doorslaggevend. Woont iemand op meerder adressen
dan geldt het adres waar hij naar verwachting gedurende een half jaar het
meest zal overnachten. Is aan de hand van het voorgaande nog niet vast te
stellen waar iemand woont (bijvoorbeeld omdat hij nergens "woont"), dan geldt
het adres waar betrokkene naar verwachting gedurende drie maanden ten minste
twee derde van de tijd zal overnachten.