U bevindt zich op: Home
› GBA
› Informatiebank
› Vraag en antwoord
Inzagerecht
Welke gegevens in de GBA kan de ingeschrevene kosteloos inzien en hoe vaak?
Iedereen, ingeschrevene of niet, krijgt op zijn verzoek kosteloos inzage
in alle gegevens die over hemzelf in de (betreffende) basisadministratie zijn
opgenomen. Het kan gaan om de gegevens op zijn eigen persoonslijst, maar ook
bijvoorbeeld om de gegevens of verwijsgegevens op de persoonslijst van de
partner of zijn kinderen. De verstrekte gegevens mogen niet in voor de
betrokkene onleesbare codes zijn weergegeven. Het recht op inzage is niet
beperkt in frequentie.
Naar boven
Hoe vaak kan een burger kosteloos inzage hebben in zijn gegevens in de basisadministratie persoonsgegevens en hoe vaak kan deze om een kosteloos afschrift van zijn persoonslijst vragen?
In art. 79 Wet GBA is bepaald dat het gemeentebestuur iedereen op zijn
verzoek binnen vier weken kosteloos inzage verleent in zijn persoonlijke
gegevens in de basisadministratie. Het aantal keren dat een burger inzage
mag hebben in zijn gegevens, kan niet door het gemeentebestuur worden
beperkt. Onder persoonlijke gegeven wordt ook verstaan de gegevens die zijn
opgenomen op persoonslijsten van andere ingeschreven (bijvoorbeeld als ouder
op de persoonslijst van een kind).
Het gemeentebestuur is op grond van artikel 78 van de wet GBA verplicht om
binnen vier weken na een eerste inschrijving in de basisadministratie en
binnen vier weken nadat een ingeschrevene weer ingezetene is geworden, aan
de ingeschrevene kosteloos een volledig afschrift van zijn persoonslijst te
sturen. Het toezenden van een overzicht van de persoonslijst heeft tot doel
de betrokkene te laten controleren of zijn opgenomen gegevens correct zijn.
Wanneer betrokkene vervolgens een afschrift van zijn persoonslijst wil
hebben, kan het gemeentebestuur hier kosten voor in rekening brengen.
Naar boven