U bevindt zich op: Home › GBA › Informatiebank › Vraag en antwoord › Basisregistratie Personen
De invoering van de Basisregistratie Personen betekent dat je
als organisatie bij de uitvoering van alle publieke taken altijd
gebruik maakt van actuele GBA-gegevens en bij twijfel over de
juistheid daarvan een terugmelding doet aan de GBA voordat je
andere gegevens gebruikt. Dat heeft betrekking op
binnengemeentelijke GBA-gegevens en op de gegevens van personen die
in een andere gemeente zijn ingeschreven.
Het hebben van een raadpleegfunctie is geen enkele garantie dat het
ook gebeurt. In de werkprocessen van medewerkers die belast zijn
met de uitvoering van een publieke taak moet zijn opgenomen dat zij
alleen actuele GBA-gegevens gebruiken. Hierin moet ook zijn
gedefinieerd wat voor het werkproces gerede twijfel is (dat kan per
proces /taak verschillen), wat zij dan nog zelf aan onderzoek doen
en op welk moment het in onderzoek wordt gegeven aan de GBA. Ook
moet duidelijk zijn of de uitvoering van de taak dan al dan niet
voorlopig, stopt en een reactie van de GBA wordt afgewacht. In het
geval de gebruikte gegevens niet juist blijken te zijn, moet het
proces worden teruggedraaid en misschien een uitkering worden
teruggevorderd.
Al deze zaken moeten in alle werkprocessen van alle
publiekrechtelijke taken zijn opgenomen voordat gesproken kan
worden over het ingevoerd hebben van de Basisregistratie
Personen.
Als de uitvoering van de Belastingtaak bij een gemeente B is neergelegd, dan kan deze voor gemeente A verder buiten beschouwing worden gelaten. Wel is het zo dat de verantwoordelijkheid bij gemeente A blijft liggen, tenzij de taak is overgedragen aan gemeente B.
Naar bovenVoordelen van de Basisregistratie Personen zijn onder andere eenmalige verstrekking door de burger en meervoudig gebruik, de overheid vraagt de burger niet naar bekende weg. Alle afdelingen (alle afnemers) maken gebruik van dezelfde gegevens, daarmee is het moeilijk voor de calculerende burger om bij verschillende diensten verschillende gegevens door te geven.
Naar bovenEen postregistratiesysteem heeft geen relatie met de invoering
van de Basisregistratie Personen en hoeft om die reden niet
gekoppeld te zijn aan de gemeentebrede ICT voorziening; bij de
registratie van inkomende post is het niet noodzakelijk de gegevens
in de post te vergelijken met de GBA.
Hiervoor zijn twee belangrijke redenen te noemen.
Op dat moment moeten de gegevens die gebruikt worden overeenkomen met de actuele gegevens in de GBA. Zijn de gegevens al geverifieerd met de GBA op het moment van registratie dan zijn deze niet meer actueel op het moment van de behandeling. Er zal dan opnieuw een verificatie moeten plaatsvinden.
Naar bovenDe Basisregistratie Personen brengt twee verplichtingen met zich mee:
Ad 1) Er zijn bepaalde uitzonderingen op verplichting 1. In artikel 3b, tweede lid, Wet GBA staan deze uitzonderingen. Vooral sub c en d van dat artikel (sub c: indien bij wettelijk voorschrift anders is bepaald; sub d: een goede vervulling van de taak van de afnemer door de onverkorte toepassing van het eerste lid wordt belet.) zijn in dit kader van belang. In de Memorie van Toelichting (zie Kamerstukken II, 2005-2006, 30 514, nr.3, p. 8 en 9) wordt een toelichting gegeven op deze uitzonderingen. Hierin wordt iets bepaald over de uitzonderingen o.g.v. regelingen en handelingen op het gebied van opsporing en vervolging van strafbare feiten.
De passages uit de MvT luiden als volgt:
Artikel 3b, tweede lid, sub
c:
“Voor zover er in het algemeen voor bepaalde
gevallen zwaarwegende argumenten aanwezig zijn die voor een afnemer
of een categorie van afnemers nopen tot afwijking van de hoofdregel
van het eerste lid van artikel 3b van het verplichte gebruik van de
authentieke gegevens in de GBA, zal volgens het tweede lid, onder
c, van artikel 3b ten behoeve van dergelijke gevallen een
afwijkende voorziening bij wettelijk voorschrift kunnen worden
getroffen. Hierbij kan met name worden gedacht aan regelingen op
het terrein van controle, onderzoek en handhaving en van de
opsporing en vervolging van strafbare feiten, alsmede de
tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen.”
Artikel 3b, tweede lid, sub
d:
“De uitzonderingssituaties waarop het tweede lid, onder d, van
artikel 3b ziet, betreffen specifieke gevallen waarin het zonder
meer moeten gebruiken van de authentieke gegevens in de GBA op
gespannen voet staat met een goede vervulling van een of meer taken
door de afnemer. De beantwoording van de vraag of er een bijzondere
situatie aanwezig is die belet dat de authentieke gegevens in de
GBA moeten worden gebruikt, hangt daarmee niet af van de door de
instelling zelf gevoelde noodzaak, maar van het geobjectiveerde
criterium dat zulks voortvloeit uit een behoorlijke taakuitoefening
door de afnemer.
Voor wat betreft de mogelijke situaties waarin een goede taakvervulling de onverkorte toepassing van het eerste lid van artikel 3b belet, gaat het in de eerste plaats om gevallen waarin de aard van de handeling zich tegen het verplicht gebruik van uitsluitend authentieke gegevens in de GBA verzet. Genoemd wordt de situatie waarin nadere gegevens van de ingeschrevene zelf of uit andere bronnen nodig zijn voor een deugdelijke identiteitsvaststelling. Ook in het kader van fraudebestrijding en fraudepreventie kan het naar de aard van de taak zeer wel nodig zijn dat de afnemer andere bronnen dan de GBA, waaronder de ingeschrevene zelf of de bronregisters van de GBA, raadpleegt en gebruikt. Meer in het algemeen kan het bij handelingen op het gebied van onderzoek, controle en handhaving en op het terrein van de opsporingen vervolging van strafbare feiten, alsmede de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen onmogelijk of onwenselijk zijn uitsluitend te vertrouwen op de authentieke gegevens in de GBA.”
De MvT noemt echter alleen voorbeelden. Afnemers zullen zelf per taak moeten nagaan of het gebruik van actuele authentieke gegevens verplicht is.
Ad 2) Er zijn geen uitzonderingen op verplichting 2. Echter wanneer een afnemer uitgezonderd is op het gebruik van actuele authentieke gegevens (verplichting 1 dus) dan is de betreffende afnemer ook niet verplicht om terug te melden.
Naar bovenNee, maar dat heeft niets met de invoering van de Basisregistratie Personen te maken. Notarissen zijn immers aangesloten op het GBA-netwerk via de Notariële Beroepsorganisatie en kunnen 7 x 24 uur GBA-V gebruiken.
Naar bovenGBA-gegevens mogen alleen gebruikt worden voor de uitvoering van publiekrechtelijke taken. Dit betekent dat een afdeling die uitsluitend private taken uitvoert nooit de GBA kan en mag gebruiken. Voor een afdeling die zowel private als publieke taken uitvoert is dat moeilijker. GBA-gegevens die men heeft verkregen voor de uitvoering van de publieke taken, mogen dus niet gebruikt worden voor de private taak. In de praktijk zal dit lastig zijn.
Naar bovenPersoonszaken en de salarisadministratie zijn geen publiekrechtelijke taken. Binnengemeentelijke persoonsgegevens kunnen voor deze taken wel verstrekt worden maar alleen als dit ook in de GBA-verordening is geregeld. Gegevens over personen die in een andere gemeente zijn ingeschreven kunnen voor deze taken niet verstrekt worden. Deze taken zijn dan ook niet opgenomen in de autorisatie voor de gemeente als buitengemeentelijke afnemer.
Naar bovenDit heeft geen relatie met de invoering van de Basisregistratie Personen. Dit betreft het dagelijks actueel houden van GBA-V volgens een standaardprocedure die in het Logisch Ontwerp GBA is opgenomen. Hier ligt alleen een relatie met de bijhouding van het bronbestand van de GBA en niet met het gemeentebrede gebruik.
Naar bovenVoor identificatie mag een gemeente altijd aan de burger gegevens vragen. Gegevens die de overheid geacht wordt te weten mogen niet meer gevraagd worden.
Naar bovenBurger en overheid hebben een gemeenschappelijk belang bij een
correcte vaststelling van de identiteit van de burger bij het
afnemen van een dienst of het nakomen van een verplichting (uit
Memorie van Toelichting Wet op de uitgebreide identificatieplicht).
De nadruk ligt hierbij op het wederkerig karakter van het verkeer
tussen burger en overheid.
Het afnemen van een dienst is een breed begrip, zeker bij de
gemeente. Een heel groot deel van de taken van de gemeente valt
onder het afnemen van een dienst door de burger of het nakomen van
een verplichting.
Vanuit de GBA mag je alleen gegevens verstrekken als de identiteit deugdelijk is vastgesteld. Zie artikel 79 lid 4. Als iemand weigert om zijn legitimatie te tonen kan de gemeente dus geen gegevens uit de GBA gebruiken op een voorbedrukt formulier. Praktisch gezien moeten ze dus een geheel blanco formulier achter de hand houden voor die ene persoon die weigert zijn legitimatie te tonen. De burger kan dan zelf zijn persoonsgegevens invullen. Je kan als binnengemeentelijke afnemer natuurlijk wel die gegevens achteraf verifiëren met de GBA.
De hele procedure in het kader van de Algemene wet bestuursrecht en wet dwangsom is dan verder niet meer niet aan de orde.
Naar bovenHoeveel uur een gegeven oud mag zijn wil het een ‘actueel’
gegeven genoemd mag worden is niet in de wetgeving vastgelegd. De
verplichting van actueel gebruik komt in alle wetgeving van alle
basisregistraties voor en is nergens gedefinieerd. Uit ervaring is
bekend wat de wetgever hiermee bedoeld heeft en hoe dit in de
praktijk beoordeeld wordt in het geval een rechter een uitspraak
moet doen.
Er zijn een aantal uitspraken geweest van zaken die burgers
aanhangig hebben gemaakt tegen VROM die niet zou weten dat een
burger verhuisd was terwijl de burger dit wel had doorgegeven aan
de GBA. Het ging hierbij over het terugvorderen van huursubsidie
waarbij de datum van verhuizing van belang is voor de einddatum van
de huursubsidie.
Door iedereen wordt altijd 24 uur gehanteerd. Als je niet kan
aantonen dat je er alles aan gedaan hebt om de periode zo kort
mogelijk te laten zijn, dan zal de burger een punt hebben. Mogelijk
is 48 uur in incidentele gevallen ook nog acceptabel, het zal per
geval verschillen en ook afhankelijk zijn van de rechter die
hierover zal moeten oordelen.
Volgens de regels mag alleen in de GBA worden opgenomen wat met zekerheid kan worden vastgesteld en hieraan moet een brondocument ten grondslag liggen. In bovengenoemd voorbeeld zou als alleen geboortejaar bekend is, in de GBA moeten worden opgenomen 00001955. Het is bekend dat hier niet altijd precies op dezelfde manier mee om wordt gegaan, maar is in de GBA-audit wel onderdeel van toetsing. De GBA is hoe dan ook leidend. Als de (binnen-)gemeentelijke afnemer twijfels heeft over de juistheid van het gegeven dan mag hij afwijken maar pas nadat hierover een terugmelding is gedaan. Het is wel zaak zelf zo mogelijk ook onderzoek te doen zodat bij de terugmelding een toelichting gegeven kan worden.
Naar bovenDe dienstverlening van de SRL houdt in het geven van kosteloos
juridisch advies, informatie verstrekken, bemiddelen bij
conflicten, schrijven van bezwaar- en beroepschriften op alle
mogelijke rechtsgebieden. Hierin zijn de SRL onafhankelijk van de
gemeente. Het komt regelmatig voor dat de SRL een bezwaarschrift
schrijven tegen een beslissing van een gemeentelijke afdeling.
Alles wat in de spreekkamer wordt besproken is strikt
vertrouwelijk. Alleen met toestemming van de klant nemen de SRL
contact op met derden, en dat geldt ook voor die gemeentelijke
afdelingen. Ze zijn terughoudend met het verstrekken van informatie
aan derden, want ook daarvoor is toestemming van de klant vereist.
Als de SRL verplicht zouden zijn informatie die tijdens het
spreekuur naar voren komt door te geven aan bijvoorbeeld afdeling
burgerzaken, is het vertrouwelijk karakter van de gesprekken weg.
Die verplichting is niet te verenigen met de privacygarantie.
SRL-werk is geen wettelijke taak van gemeenten en de SRL maken
niet vanzelfsprekend deel uit van een gemeente. Soms valt de SRL
onder de gemeente, maar in veel steden en regio's is dat weer
anders. Daar zie je de SRL soms als onderdeel van maatschappelijk
werk of een vrijwilligersorganisatie.
Conclusie is dat het hier een soort ombudsfunctie betreft, waarbij
de SRL weliswaar in dienst kan zijn van een gemeente, maar
onafhankelijk van de gemeente opereert.
Er is dus geen sprake van een publieke taak van de gemeente
waarvoor de regels van de Basisregistratie Personen gelden.
Agentschap BPR heeft hiervoor geen rekenmodel. De invoering van
de Basisregistratie Personen is ook niet te vergelijken met de BAG.
Het is begrijpelijk dat VROM wel met cijfers kan komen omdat het
gaat om het opzetten van een bronhouderschap en dat is nog wel te
berekenen. De kosten voor het uitrollen van het gebruik van de
Basisregistratie Personen is van veel factoren afhankelijk.
Bijvoorbeeld in hoeverre het gebruik al is ingevoerd, of er al een
gemeentebrede ict-voorziening is binnen de gemeente, welke
vakapplicaties er gebruikt worden door verschillende diensten en
wat het kost om deze te koppelen, in hoeverre de invoering van de
Basisregistratie Personen gecombineerd wordt met het doorvoeren van
andere ontwikkelingen?
King (voorheen EGEM-i) hanteert wel een algemeen bedrag voor de
invoering van de hele e-overheid binnen een gemeente. Dat is € 50,-
per inwoner verspreid over een periode van 4 jaar.