U bevindt zich op: Home › GBA › Informatiebank › Vraag en antwoord › Basisregistratie Personen
Bestuursorganen die al structureel kunnen beschikken over
GBA-gegevens, dienen het gebruik van GBA-gegevens wel door te
voeren bij alle wettelijke taken die zij uitvoeren (dit betekent
voor niet-gemeenten dat daar mogelijk aanvullingen / wijzigingen in
de autorisatie voor noodzakelijk zijn). Daarnaast is verplicht
gebruik van actuele en authentieke GBA-gegevens in veel gevallen
nog niet ingevoerd.
Nee. De planning van de invoering van de Basisregistratie personen is niet
afhankelijk van de realisatie van een eventueel BZS-k.
U moet als binnengemeentelijke afnemer maar ook als
buitengemeentelijke afnemer de authentieke gegevens gebruiken die
opgenomen zijn in de Basisregistratie personen. In authentieke
gegevens komen ongetwijfeld diakritische tekens voor. Deze moeten
dan overgenomen worden.
Van toepassing is (en blijft) de Regeling Bewaring GBA-bescheiden uit
2005. Deze bepaalt welke bescheiden voor welke termijn moeten worden bewaard.
Daarnaast geldt de Archiefwet, die bepaalt welke bescheiden op welke wijze
vernietigd moeten worden.
Authentiek in dit verband betekent dat het gegeven zodanig betrouwbaar is
dat het gebruik er van verplicht kan worden gesteld. Een authentiek gegeven
in het kader van de Basisregistratie personen is een algemeen gegeven dat als
zodanig is aangewezen in Bijlage 1d bij het Besluit GBA. Dit moeten afnemers
verplicht gebruiken bij de uitvoering van hun publiekrechtelijke taken. Het
gaat om de algemene gegevens over de naam, de geboorte, het adres, kinderen
en echtgenoot/partner en over nationaliteit en verblijfsrecht.
Per 1 januari 2010 zijn alle afnemers (bestuursorganen), binnen en buiten de gemeente, verplicht tot het gebruik van authentieke gegevens uit de GBA. Het niet-gebruiken van deze authentieke gegevens bij het bekendmaken van beschikkingen – bijvoorbeeld door het foutief tenaamstellen of adresseren van een beschikking – kan gevolgen hebben voor de eventuele rechtsgeldigheid van de beschikking. Het is van belang er hierbij op te wijzen dat deze rechtsgeldigheid niet voortvloeit uit de Wet GBA, maar uit de (uitleg van de) specifieke wet- en regelgeving die ten grondslag ligt aan de bewuste beschikking. Zo zullen ook de (bekendmakings)eisen die voortvloeien uit de Algemene wet bestuursrecht voor de vraag naar de rechtmatigheid van beschikkingen van belang zijn.
Naar boven