Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home BSN

Presentievraag BSN

Er komen bij BPR veel vragen binnen over de identificerende gegevens in de presentievraag.

Identificerende gegevens in de presentievraag

Veel gemeenten willen weten waarom ze soms in het antwoord persoonsgegevens terugkrijgen die niet aan alle opgegeven identificerende gegevens voldoen.
De BV BSN zoekt in eerste instantie alleen op geslachtsnaam, geboortedatum, geslachtsaanduiding, ook al staan er meer identificerende gegevens in de Presentievraag. Alleen in het –onwaarschijnlijke- geval dat er in de eerste zoekronde meer dan 10 personen gevonden worden, wordt doorgezocht met de overige identificerende gegevens. In de praktijk worden die overige gegevens dus genegeerd. In het antwoord kunnen daarom persoonsgegevens voorkomen met een 100%-score die toch afwijken op deze overige identificerende gegevens!
Om verwarring te voorkomen, adviseren wij om in het Bq11-bericht slechts de verplichte gegevens geslachtsnaam, geboortedatum en geslacht op te nemen. Als er meer dan tien personen met deze gegevens worden gevonden, kan de vraag verfijnd worden door het toevoegen van één of een beperkt aantal aanvullende gegevens (zie Kwaliteitsbrochure 41, pag. 11 en LO-GBA 3.6, par. III.2.2 en pag. 476).

 

Historische gegevens in presentievraag

Het is voor de Beheervoorziening BSN momenteel niet mogelijk om een presentievraag correct te beantwoorden waarin zowel actuele als historische naamsgegevens zijn opgenomen. Als de gemeente twijfelt aan de juiste (schrijfwijze van de) naam, is het zinvol meerdere presentievragen met die verschillende schrijfwijzen te stellen. Bij de realtime presentievraag kan dat direct na elkaar. Bij gebruik van het berichtenverkeer is het verstandig om de verschillende Bq11-berichten gelijktijdig te versturen.

 

Intergemeentelijke verhuizing blijkt hervestiging

Het komt soms voor dat een aangifte van vestiging vanuit een andere gemeente een hervestiging vanuit het buitenland/onbekend blijkt te zijn. De gemeente constateert dit bij ontvangst van een opgeschorte persoonslijst uit de andere gemeente. Ondanks dat het hier een hervestiging betreft, heeft de gemeente vanzelfsprekend in deze situatie voorafgaand aan de verwerking van de aangifte geen presentievraag gesteld.

 

De gemeente van inschrijving breekt in zo’n geval de verhuisprocedure niet af, maar neemt de ontvangen persoonslijst op. Er moet echter wel zekerheid bestaan dat betrokkene tijdens de periode van opschorting niet elders ingeschreven was of dat er geen toekenning van een ander sofinummer of burgerservicenummer heeft plaatsgevonden. De gemeente stelt daarom achteraf alsnog een presentievraag. Blijkt uit het antwoord een dubbele inschrijving, dan wordt de desbetreffende procedure uit de HUP gevolgd (7.9 of 7.10). Blijkt uit het antwoord, dat er mogelijk sprake is van een nummerfout, dan wordt dit gemeld aan het Foutenmeldpunt.

 

Beoordelen van het presentieantwoord

Krijgt de gemeente een Ba11-bericht als antwoord, dan is het van belang om dit bericht goed te bekijken. In dat bericht kunnen tot 10 gevonden sets persoonsgegevens zijn opgenomen.
De gemeente zal zelf moeten beoordelen of geen of één van de sets persoonsgegevens op de gezochte persoon slaat. Het is niet juist om ervan uit te gaan dat de gepresenteerde persoon altijd de gevraagde persoon is.

 

Bijvoorbeeld: de presentievraag bevat de gegevens: Vries, geboortedatum 8 januari 1960 en het geslacht man. Het antwoord op de presentievraag bevat drie heren de Vries met bovenstaande geboortedatum (en score 1000). Het kan echter voorkomen dat de gevraagde ‘de Vries’ niet in het antwoord staat vermeld. Omdat deze nog niet eerder is ingeschreven in de GBA of niet eerder een sofinummer van de belastingdienst heeft gekregen. U kunt dat in een dergelijk geval bijvoorbeeld controleren door de voornamen in het antwoord te vergelijken met de voornamen van de gezochte persoon.